PGS15 regelgeving

PGS 15 Regelgeving - Opslag van gevaarlijke stoffen

In onze steeds gecompliceerder wordende samenleving wordt toenemend gebruik gemaakt van stoffen die bij ongewenste gebeurtenissen, zoals brand, gevaar kunnen opleveren voor uw bedrijf, personeel en directe omgeving. Het gevaar van dergelijke stoffen wordt bepaald door de fysische/chemische eigenschappen, de hoeveelheid en de wijze waarop deze worden opgeslagen.

 

Opslag van gevaarlijke stoffen in veiligheidskasten

Een veiligheidskast waarvan het eerste gebruik heeft plaatsgevonden na 1 januari 2006 moet aan de norm NEN-EN-14470 deel 1 voldoen. Indien het gebruik dateert van voor deze datum moet de veiligheidskast tenminste voldoen aan de norm NEN 2678. Afhankelijk van de toepassing van de veiligheidskast kan volgens de PGS 15 gekozen worden voor een (brand-)veiligheidsklasse van 30, 60 of 90 minuten.

Voor meer informatie klik hier.

 

Opslag van gevaarlijke stoffen in veiligheidskluizen

De PGS 15 zoekt in haar voorschriften meer aansluiting bij het Bouwbesluit door een opslagruimte als een apart brandcompartiment te beschouwen. Hierdoor is de brandwerendheid van een opslagruimte niet alleen in geval van een brand van buitenaf, maar ook bij een brand van binnenuit vereist.

In de PGS 15 wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen een inpandige of uitpandige opslag, behoudens inzake de brandwerendheidseisen. Voor inpandige voorzieningen kan gekozen worden tussen brandwerende veiligheidskasten of brandwerende veiligheidskluizen. Worden of kunnen er bij uitpandige opslag geen (veiligheids)afstanden tussen de opslagplaats en tot inrichting behorende gebouwen, erfgrenzen, brandgevaarlijke materialen en activiteiten aangehouden worden, dan moet een opslagvoorziening een zekere mate van WBDBO (Weerstand tegen BrandDoorslag en BrandOverslag) bezitten dan wel voor een bepaalde tijdsduur brandwerend zijn uitgevoerd.

Voor meer informatie klik hier.